mmmmmmmmmmmmmmmm mm mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm
   

WINSUMS JODENDOM

     
   

Introductie

§ 1. Vooroorlogs Jodendom in Winsum, opkomst, bloei en neergang


§ 2.
Vijf families, bestuurders van het eerste uur > klik
x
I. Izaäk Marcus van Berg
II. Izaäk
Nathans de Vries

§ 3.
Vijf families, geestelijk leiderschap > klik
x
III. Levie Lazarus de Vries
IV. Emanuel Levie Garson
V. Jacob Philippus Goldsmith

m

x gronings jodendom

x taal en cultuur

x religie

x winsums jodendom

x de begraafplaats

x tweede wereldoorlog
  mm
oosterstraat huisje3
x
   

INTRODUCTIE


.
.
.

.
.

. een eigen huis
. op grond van de diaconie

  x
Aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw staat Nederland onder Frans bestuur. Dit brengt ons onder andere invoering van de burgerlijke stand. Zo kunnen wij aan het begin van de 21e eeuw bijvoorbeeld thuis achter de computer via de website allegroningers.nl .een transcriptie inzien van een akte van besnijdenis op 4 maart 1784 van Haiman van Berg, zoon van de Joodse slager Izaäk Marcus van Berg uit Winsum. Op een lijst met inwoners van Winsum-Obergum uit het jaar 1809, vinden we deze zelfde slager Izaäk Marcus van Berg terug als eigenaar van huis nummer 3 in Obergum. Het gaat om een huis aan de Oosterstraat, aan de kant van het Winsumerdiep (nu nummer 16/14). Bovenstaande foto uit 1910 is genomen vanaf de Boogbrug in oostelijke richting en toont de wallekant van het perceel dat honderd jaar eerder bij het huis van Izaäk Marcus hoort (direct achter het turfscheepje links in beeld). Uit het begin van de 19e eeuw is nauwelijks beeldmateriaal beschikbaar en kennis over het dagelijks leven van gewone mensen komt in deze periode dan ook vooral uit archieven, wat spaarzame restanten van gebruiksvoorwerpen, de enkele markante Joodse begraafplaatsen, een bewaard gebleven gebouw of een inscriptie. En triest genoeg, van later datum, zijn er de vele oorlogsmonumenten. Aan de hand van dit materiaal volgt hier een korte terugblik op twee eeuwen Joodse aanwezigheid in Winsum-Obergum. De vroege vestiging, handelsgeest, burgerschap, participatie en het maatschappelijk succes komen daarbij in beeld. Evenals de inzet voor Ringsynagoge Winsum, die als eerste in de provincie Groningen al vanaf 1816 officiële erkenning verkrijgt.

De komst van Izaäk Marcus van Berg en zijn vrouw Leentje Benjamins naar Winsum in het jaar 1774 staat te boek als het begin van de vestigingsgeschiedenis van Joden in Winsum-Obergum. Er volgen nog vier families die een aantal generaties achtereen in Winsum blijven wonen. Andere families blijven minder lang, maar zijn natuurlijk evenzeer van invloed op het wel en wee van hun kleine Joodse gemeenschap op het Groninger Hogeland. In die beginfase hebben ze nog hun eigen taal, het Jiddisch en hun joodse religie gebiedt hen zaterdagsrust voor sjabbat. Al vanaf 1810 is er ook sprake van religieuze samenkomsten in Winsum, waarvoor dan minimaal tien Joodse mannen van dertien jaar of ouder bijeen moeten zijn. Daarvoor komen ook de slagers Van Zanten en Van Hoorn uit Baflo naar Winsum toe. Feitelijk is het Winsums Jodendom ook niet los te zien van het Jodendom in de gehele regio Noordwest Groningen. Maar om de beschrijving overzichtelijk te houden, beperken we ons hier toch zoveel mogelijk tot de gebeurtenissen in het tweelingdorp Winsum-Obergum. De chronologische introductie van de vijf Winsums Joodse families vanaf 1774 komt aan de orde in §2 (bestuurders van het eerste uur, Obergum-Oost, Winsum, Wetsinge) en §3 (geestelijk leiderschap, Obergum-West). Voorafgaand volgt nu eerst in §1 een kort overzicht van opkomst, bloei en neergang van de Joodse gemeenschap in Winsum. Het verhaal over de laatste veertien Winsumer Joden in oorlogstijd wordt verteld onder het item Tweede Wereldoorlog. Dit omdat het geen recht zou doen aan de kleine Joodse gemeenschap van Winsum om haar langdurige presentie, vitaliteit en ontwikkeling primair te bezien vanuit het perspectief van de wandaden het nazi-regime in de Tweede Wereldoorlog. De herinnering aan die kleine gemeenschap willen we, net als op zovele andere plaatsen in ons land, ook hier levend houden. Een korte beschrijving van het nog aanwezige Joodse erfgoed in Winsum-Obergum is te vinden in Een wandeling door Joods Winum, een uitgave uit 2009 van stichting Een Joodse Erfenis.
m

.
.
.
.


. leeswijzer
. .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
wandelgids

.
   

§ 1. VOOROORLOGS JODENDOM IN WINSUM

opkomst, bloei en neergang

     
   

x
De dochter van de slager in Baflo
x

. vestigingscultuur
.
.
.
  Onder het bestuur van de teruggekeerde Prins Willem van Oranje (Scheveningen, 1813) krijgt 'vrijheid van godsdienst' voor de joods-religieuze bevolking in ons land ook in praktisch/ organisatorische zin vorm en inhoud. Toch biedt een plakkaat van 1754 van het stadsbestuur van Groningen al de mogelijkheid voor Joden om vrijelijk in de Ommelanden het slagersvak uit te oefenen. Een reden die genoemd wordt, is dat in een tijd waarin runderpest veelvuldig voorkomt, de netheid van de koosjere Joodse slagers van groot belang is. Bovendien heeft het slagersgilde in de stad geen behoefte aan de concurrentie van Joodse slagers, die zelf voor Joodse consumptie slechts een klein deel van het dier mogen gebruiken en het overige vlees goedkoop op de markt brengen. In ieder geval is er al vroeg in de 18e eeuw sprake van een Joodse slagersfamilie in Baflo, want rond 1727 wordt daar Hartog Benjamin van Zanten geboren, die zich later als slager in Baflo vestigt. In zijn gezin wordt onder andere dochter Leentje van Zanten geboren. In 1774 sterft vader Benjamin. Leentje vestigt zich dan met haar man Izaäk Marcus van Berg als eerste Joodse familie in Winsum. Mogelijk heeft het echtpaar wat geld om zich daar te vestigen. Contacten zijn er ook. Daarvoor zijn er de vee- en jaarmarkten en de Joodse bruiloften en begrafenissen. Goede banden en onderlinge hulp horen bij de vestigingscultuur. De eerste telling van Joden in Winsum dateert uit 1809: er zijn dan elf Joden, zeventig jaar later (1879) zijn dat er vijfenvijftig. Tijdens de laatste telling in 1941 wonen er nog slechts dertien Joden in Winsum.
x
   
Aantal Joden in ring Winsum
  1809 1815 1849 1869 1879 1889 1899 1920 1930 1941 1945
Adorp 6   6 5              
Baflo 6 7     1 1          
Bedum 3 13 14 5 19 25 15 3 3 2  
Eenrum 20 22 34 16 51 65 36 20 16 11 1
Kloosterburen       4              
Leens 10 9 12 20 *) - - - - -  
Ulrum 8 13 13 16 *) - - - - -  
Warffum   9 19 45 39 44 47 25 16 23  
Winsum 11 24 49 41 55 46 43 18 17 13  
                       
Totaal 64 97 147 152 165 181 141 66 52 49 1
    *) Erkenning in 1877 van de Joodse gemeente Ulrum-Leens kost ring Winsum bij de telling in 1879 totaal 32 leden.
     
    x
Een synagoge, een schoollokaal, een onderwijzerswoning én ... een badhuis
x

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.

.

>

>

>

>

>

laatste rebbe van winsum

  Het hoogtepunt voor de Joods Winsumse gemeenschap ligt in het jaar 1889. Tien jaar na realisatie van de nieuwbouw van de synagoge aan de Schoolstraat, direct naast de eveneens nieuw verrezen School met den Bijbel. Als de ambitieuze plannen van het synagogebestuur waren doorgegaan was er ook een Joodse school en een badhuis gekomen, maar dat blijkt te duur uit te pakken. Daarom worden de bouwplannen aangepast en wordt er een inpandige ruimte gerealiseerd voor een kleine mikwe (heilig bad) en een naastgelegen lokaaltje. De Joodse kinderen volgen hun 'Joodse les' buiten de normale schooltijd om, maar waar dit plaatsvindt is niet met zekerheid te zeggen. Aan het eind van de 19e eeuw neemt het aantal Joden sterk af. Jongeren trekken naar de steden, op zoek naar werk. Anderen nemen afstand van hun Joodse roots en ook de gezinsgrootte neemt sterk af. Begin jaren dertig wordt de geloofsgemeenschap zo klein dat de synagoge nauwelijks meer voor religieuze samenkomsten wordt gebruikt. Mogelijk is de bruiloft van Izaäk de Vries en Ellie Oudgenoeg in de zomer van 1931 één van de laatste gebeurtenissen op dit gebied. Izaäk de Vries wordt bestuurslid van de Joodse Gemeente Winsum, samen met Simon Benninga uit Eenrum en Hartog van der Hal uit Warffum. De Benninga's uit Eenrum maken al sinds 1888 deel uit van het bestuur van de Joodse Gemeente in Winsum. Naast het eerder genoemde driemanschap maakt in 1932 ook rebbe Abraham de Vries nog deel uit van het bestuur. Abraham de Vries is een kleinzoon van stamvader Levie Lazarus de Vries en geen familie van Izaäk de Vries. Abraham behoort tot de andere Winsumse familie de Vries. Hij sterft op 19 november 1933 en gaat de geschiedenis in als de laatste rebbe van Winsum.
x
.2010: oude synagoge
. wordt herinneringscentrum
  restauratie synagoge winsum 2010 restaratie synagoge winsum exterieur
. 2011: opening na restauratie   gerestaureerde synagoge winsum exterieur gerestaureerde synagoge winsum interieur
.
.
.
.

. twee verschillende joodse
. families de vries in winsum
  x
De voormalige synagoge komt kort na de dood van de rebbe in gebruik voor vakbonds- en buurtactiviteiten en zal na de oorlog tot april 2011 de naam 'N.A. de Vriesgebouw' dragen. Dit is geen verwijzing naar Winsums laatste rebbe, maar naar vakbondsman en politicus Nathan Albert de Vries, die deel uitmaakt van een andere Joodse familie de Vries in Winsum (zie §2). Na de dood van rebbe de Vries blijven de overige drie bestuursleden van de Joodse Gemeente Winsum verantwoordelijk voor het innen van de gelden uit verhuur van de synagoge. Daarnaast blijft men tot de verkoop van synagoge in oktober 1940 waarschijnlijk ook nog verantwoordelijk voor klein onderhoud aan de synagoge en voor het begraven van de doden op de Joodse begraafplaats aan de Munsterweg.
x
     
    x
De laatste Winsumer Joden
x
    Het latent aanwezige antisemitisme in West-Europa krijgt na de Eerste Wereldoorlog steeds meer voet aan de grond. Tolerantie en inlevingsvermogen maken stapsgewijs plaats voor onverdraagzaamheid en racisme. Na de Kristallnacht in Berlijn in de nacht van 9 op 10 november 1938 is het monster van de Jodenhaat niet meer te temmen. Joden wonen dan inmiddels in groten getale in de steden. In Winsum wonen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nog slechts veertien Joden: vijf vrijgezellen, twee echtparen met elk twee kinderen en grootmoeder Sophia de Vries-van der Klei. Haar jongste zoon Izaäk trouwt pas als hij in de veertig is en woont tot die tijd bij zijn ouders in huis. Daar weet hij de bedrijvigheid van zijn vader Jacob de Vries verder uit te bouwen. Zo bewonen Izaäk en Ellie met hun twee kinderen, Sophietje en kleine Jacob Comprecht, een mooi huis in de Tuinbouwstraat 15, met een fraaie auto voor de deur. Iets wat vóór de oorlog maar weinig dorpelingen zich kunnen permiteren. In het gezin van Izaäks broer Michiel en zijn vrouw Agatha heeft men minder geld te besteden. Er heerst ziekte in de familie en dat brengt kosten met zich mee. Toch gaan ook daar de kinderen Israël en Sophius altijd fraai gekleed naar school. Ze hebben een eigen huis/annex winkel in Obergum-Oost en zetten hun beste beentje voor, zolang dat kan..
x
     
. israël, sophius, sophietje en
. kleine jacob comprecht de vries
 
israel de vries
sophius de vries
sophietje de vries
kleine jacob de vries
     
    § 1. Vooroorlogs Jodendom in Winsum, opkomst, bloei en neergang

§ 2. Vijf families, bestuurders van het eerste uur > klik

§ 3. Vijf families, geestelijk leiderschap > klik


terug naar de homepage > klik
     
   
raadhuis winsum
. . Raadhuis Winsum (1907) .
A.L.v.Wissen, col.gem.Winsum
     
   

. met medewerking van:
. dhr. Theo Mol
. bronnen: .
. - uitgaven St. Een Joodse Erfenis .
. - uitgaven De Vey Mestdagh Stichting.
. - Winsum, gedenkboek 1982
. - Infobulletin Winshem, uitgaven van
. - de maanden mei en oktober 1998
. - Winsum 1057-2007 (St.Hist.Uit- .
. -gaven Winsum-Obergum).
. - Genealogie Van der Klei, 1720-2010
. -(mw. A. Allan-van der Klei)
. - Familiearchief van dhr. R.M. Garson
. - diverse websites, zie menu links .
m