mmmmmmmmmmmmmmmm mm mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm
   

WINSUMS JODENDOM

     
   

Introductie > klik

§ 1. Vooroorlogs Jodendom in Winsum, opkomst, bloei en neergang
> klik

§ 2.
Vijf families, bestuurders van het eerste uur > klik
x
I. Izaäk Marcus van Berg
II. Izaäk
Nathans de Vries

§ 3.
Vijf families, geestelijk leiderschap
x
III. Levie Lazarus de Vries
IV. Emanuel Levie Garson
V. Jacob Philippus Goldsmith

x
x
x
x m

x gronings jodendom

x taal en cultuur

x religie

x winsums jodendom

x de begraafplaats

x tweede wereldoorlog
  huis rebbe de vries
     
   

§ 3. VIJF FAMILIES

geestelijk leiderschap

   

x
Familie III : Levie Lazarus de Vries en nakomelingen
x
1808-1940

    x
In 1808 vestigt slager Levie Lazarus de Vries uit Trier (1768-1837) zich met zijn vrouw Kaatje Saumuels Leek en hun drie dochters, Ester, Eltje en Sara in Winsum. Zijn oudste dochter Ester is in 1801 in Garnwerd geboren, de andere twee meisjes in Sauwerd. In de opeenvolgende generaties zal de naam 'Levie' (die in de Joodse traditie verwijst naar dienstbaarheid aan de religie) regelmatig terugkeren. Volgens de minuutkaart van Winsum uit 1828 woont Levie Lazarus de Vries met zijn gezin op nummer 49 (nu Havenstraat 16, kadasternummer 107). Later verruilt hij het huis in de Havenstraat voor een huis in Obergum-West. Mogelijk betreft dit het huis aan het Kerkpad achter de Obergumerkerk, waar later kleinzoon Abraham de Vries woont (rechterdeel op bovenstaande foto). De Joodse familie Van Berg gaat later in het voormalige woonhuis van Levie Lazarus de Vries aan de Havenstraat wonen (zie §2). Na de oorlog wordt een deel van de Westerstraat onherkenbaar vervangen door nieuwbouw en nu rest ons alleen nog het archiefmateriaal en een enkele oude foto. Het huisje van de familie Garson (op bovenstaande foto in het midden, het tussenhuisje links van het huis van Abraham de Vries) wordt al aan het eind van de twintiger jaren gesloopt. Tegenwoordig vormt alleen het pand aan de Westerstraat 21 nog een herkenningspunt dat herinnert aan de vooroorlogse Joodse aanwezigheid. In dit pand aan het Winsumerdiep, met de aparte westelijke zij-ingang, is in de 19e eeuw namelijk een aantal decenia lang de huissynagoge van de Joodse Gemeente gevestigd.
x
. links: rebbe abraham de vries
. mid.: kleinzoon bram knorringa
. rechts: kleinzoon bram de vries
 
abraham met de vries bram en baby
Van de opeenvolgende generaties noemen we:

1. Levie Lazarus de Vries
(1768-1837)
2. Samuel Levie de Vries x
(1812-1874)
3. Abraham de Vries x
(1848-1933)

Van de vierde generatie 'De Vries' in deze lijn groeien vijf kinderen op in Obergum, te weten:
- Samuel . (1879-1936)
- Esther . (1882-1942)
- Comprecht . (1887-1942)
- Rosa . (1889-1941)
- Betje . (1889-?, na 1945)
.
.
> generatie 1 <
  x
In het gezin van Levie Lazarus de Vries (1768-1837) worden in het begin van de 19e eeuw in Winsum nog vier kinderen geboren, waaronder de twee jongsten, Samuel en Lazarus. Net als stamvader Levie Lazarus oefenen ook de opeenvolgende generaties 'De Vries' het slagersvak uit. De oudste dochter van Levie Lazarus, Ester, trouwt in 1820 met godsdienstleraar Eliazer de Haan uit Edam en keert dan terug naar haar geboortedorp Garnwerd. Eliazer blijft lange tijd een rol spelen in het Joods religieze leven in de omtrek. Zijn vrouw Ester sterft al vóór haar dertigste. Waarschijnlijk is de armlastige Eliazer de Haan degene die later bij diverse leden van de kille in de kost is. Hij sterft in 1849 in Aduard, bij zijn dochter Catharina Gans-de Haan. Na zijn overlijden stelt het bestuur van de Joodse Gemeente in Winsum een nieuwe voorzanger aan, Asser Italie uit Meppel. Dit maakt het aannemelijk dat Eliazer de Haan niet alleen godsdienstleraar in de regio was, maar ook voorzanger van de Joodse gemeente.
x
. > generatie 2 <
.
.
.
.
.
.
.
.
.
het huis van samuels zoon
.levie de vries in de westerstraat
  Samuel Levie de Vries (1812-1874) trouwt met Ester Schoning uit Appingedam. Rond 1850 wordt hij kerkmeester/penningmeester van de Joodse Gemeente. Vier van zijn kinderen blijven later in Winsum wonen. Dat zijn: Kaatje, Abraham, Levie en Betje. Dochter Betje trouwt met Izaãk de Vries, een broer van Jakob de Vries (van Opwinza). De oudste dochter Kaatje en Levie blijven vrijgezel en wonen in de Westerstraat, mogelijk in het huis van hun ouders. huis levie de vries winsum
.
.
.
.
.
.
.
> generatie 3 <
 

Na de oorlog herinnert men zich in Winsum nog dat Abraham en zijn broer Levie door de straten liepen te venten. Ieder met een houten bak met vlees op het hoofd, waarop een doek lag. Lea, de jongste zuster van Kaatje, Abraham, Levie en Betje, trouwt met horlogemaker Hartog Hamme en gaat in Den Haag wonen. Dat levert de neefjes en nichtjes in Winsum waarschijnlijk een mooi logeeradres op.

Abraham (Samuels) de Vries (1848-1933) trouwt met Naaytje de Vries, de jongste zuster van Jakob de Vries (van Opwinza). Abrahams vrouw sterft als hun jongste kind, Betje, slechts enkele maanden oud is en Abraham neemt dan als jonge weduwnaar de zorg voor zijn vijf kinderen op zich. Zijn oudste zuster Kaatje helpt hem daarbij. Abraham is ook al jong bestuurslid van de Joodse gemeente. Hij is voorzanger (gazan) en sjouchet (ritueel slachter) en volgt rond de eeuwwisseling Haiman van Berg op als rebbe van de Joodse Gemeente. Voorzanger Asser Italie kan in Abrahams vroege kinderjaren van invloed zijn geweest op zijn latere muzikale ontwikkeling. Abraham groeit uit tot een zware, gedrongen man met een baard, draagt zwarte kleding en maakt zo indruk in de straten van Winsum. Voor de rituele/koosjere slacht bedient hij niet alleen de Joden van Winsum, maar ook die van Eenrum. Daar gaat hij met een taxi heen. Zo helpt men elkaar in die tijd van krimpende Joodse gemeenschappen op het Hogeland. Met Rosj Hasjanna, Joods Nieuwjaar, komt Simon Benninga uit Eenrum om de sjofar (ramshoorn) te blazen. Abrahams overlijden op 19 november 1933 zal nog eenmaal veel Joodse mannen uit de regio naar Winsum hebben gebracht. Op zijn grafsteen op de Joodse begraafplaats komen twee zegenende handen te staan, als teken van zijn priesterlijke waardigheid. Abrahams vrijgezelle jongere broer Levie is dan al dertien jaar dood. Hun jongere zuster, Betje de Vries-de Vries, is weduwe en sterft vier jaar na Abraham. Kaatje, de oudste van de broers en zussen, sterft in 1938 en Lea Hamme-de Vries, de jongste van het stel, is dan 73 jaar, al tien jaar weduwe en woont nog in Den Haag.

.
.
> generatie 4 <
. de vijf van abraham
 

x
Samuel de Vries (1879-1936), de oudste zoon van Abraham de Vries, is slager, trouwt met onderwijzeres Betje van der Hal en gaat in Usquert wonen. Zij krijgen een zoon, Bram de Vries (zie foto). Na de dood van van Samuel in 1936 gaat Betje bij hun zoon in Groningen wonen. Als enige van de hele familie overleeft Betje de Vries-van der Hal de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken. Zij sterft in 1957 te Groningen.

Essie, Roosje en Comprecht de Vries, de drie vrijgezelle kinderen van Abraham de Vries, wonen in het ouderlijk huis aan het Kerkpad bij de Obergumerkerk. De vrouwen doen naai- en verstelwerk op hun Singer naaimachiene en Comprecht, die Koos wordt genoemd, is eerst slager/veehandelaar en later koopman in groente en fruit. Daarmee gaat hij regelmatig met zijn bakfiets naar de markt in Groningen. Met zijn buurman, de dominee van de Obergumerkerk, maakt hij zo nu en dan een praatje. De dood van zijn oudste broer Samuel in 1936 en de zelfmoord van Hartog Garson een jaar later brengen somberheid met zich mee, maar Koos is geen piekeraar. Kennelijk laat hij zich inspireren door zijn stadse klanten, want men herinnert zich in het dorp dat hij op zomerse zondagen liep te paraderen met een strooien hoed op het hoofd en een sjieke shawl om de hals. Ook had hij bij zomerdag wel bloemen te koop.

Betje Knorringa-de Vries, de jongste dochter van Abraham de Vries, is onderwijzeres, trouwt met Israël Knorringa en gaat in Uithuizen wonen. Daar worden twee zonen geboren, Bram Herman en Herman Alexander. In 1939 vertrekt het gezin naar Oegstgeest. Daar overleven zij de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken. Twee van hun kinderen en een kleinzoon zijn in 1993 aanwezig bij de onthulling van het Joodse monument aan de voormalige synagoge van Winsum.
x

. links: roosje en essie de vries
. rechts: comprecht de vries
 
essie en roosje de vries, winsum
comprecht de vries
     
. > generatie 3 <
.
.
..

.
.
.

.
.

.
.
oom laas en tante mina
  Een achterneef van Abraham, Samuel de Vries (1854-1924) wordt in Obergum geboren als zoon van Lazarus de Vries. Deze Samuel trouwt in Appingedam met Via Vogelina van der Klei (1862-1939) en gaat daarna in Sappemeer wonen, waar zijn oudste zoon, ook een Lazarus de Vries (1889-1942) wordt geboren. Later wonen Samuel en Via met hun kinderen in Amsterdam. Zoon Lazarus de Vries (kortweg 'Laas') trouwt met Mina de Vries-de Vries, de jongste dochter van Jakob en Sophia de Vries uit Winsum (zie §2). Het jongste zusje van Lazarus de Vries heet Roza de Vries (1902-1942) en is in Amsterdam geboren. Als enige van de hele familie overleeft een van Roza's dochters de Tweede Wereldoorlog en keert terug uit Auschwitz. Haar naam is Bloeme Emden en tante Mina in Oss was haar lievelingstante, waar ze als kind graag ging logeren. In 1921 waren Bloeme's oom Laas en tante Mina het bruidspaar in de Winsumse synagoge. Abraham de Vries was daar de rebbe en Bloeme's 'Amsterdamse' opa Samuel en oma Via Vogelina (een volle nicht van de moeder van de bruid) waren de ouders van de bruidegom, maar Bloeme ... was tóen nog niet geboren.
x
     
    x
Familie IV : Emanuel Levie Garson en nakomelingen
x
1820-1940

.
.
.
.

.
.

. > generatie 1 <
.

.
.
joods onderwijs
.
.
.
.
.
.
> generatie 2 <
.
.
.
.
.
.
.

. overstap naar christendom

  x
De Winsumer familie Garson treedt in het voetspoor van de eerder gearriveerde familie Oeser. Elias Oeser komt al in 1802 naar Winsum en krijgt daar samen met zijn vrouw Rachel Philippus in 1812, 1814 en 1816 drie kinderen: Oeser, Eva en Filip. Dan sterft vader Elias in 1818. Mogelijk woont de familie al in het tussenhuisje aan het Kerkpad bij de Obergumerkerk (zie foto bovenaan de pagina), maar dit is niet bekend. Weduwe Rachel Oeser-Philippus trouwt twee jaar later met godsdienstleraar/koopman Emanuel Levie Garson (1769-1849). Hij is geboren in Osterode (Hannover) en is met zijn ouders, die uit Oostenrijk afkomstig zijn, op doorreis naar Nederland. Samen met godsdienstlelaar Eliazer de Haan uit Edam brengt Emanuel Levie de Joodse jeugd in Winsum en wijde omtrek kennis bij over de Hebreeuwse taal, de wetten en het gedachtegoed van de Joodse boeken en de geschiedenis van het Joodse volk. Of er in het Nederlands of in het Jiddisch les wordt gegeven aan de Joodse kinderen en of er in de 19e eeuw ook algemeen vormende vakken op het programma staan, is niet bekend. Uit het tweede huwelijk van Rachel Philippus met Emanuel Levie Garson worden in Winsum nogmaals drie kinderen geboren, waaronder hun enige zoon Garson Garson (1825-1901). Deze Garson Garson wordt koopman in vlees en voedt samen met zijn vrouw Eleena Elkan van der Reis (1837-1919) in Winsum hun dochter Klaartje op en drie zonen: Minko, Hartog en Jozef.

De negen jaar oudere halfbroer van Garson Garson, Filip Oeser, trouwt met de Joodse Rachel Boomstra uit Eenrum en vestigt zich eveneens in Winsum. Hun zoon Jonas Oeser (1856-1929) verliest zijn vader als hij drie jaar oud is en bekeert zich op 19-jarige leeftijd, tegen de wil van zijn moeder tot het christendom. Iets wat in de regio nauwelijks voorkomt. Hij trouwt later met de niet-Joodse Anita Hekman en gaat in Leens wonen. De jongste zuster van Jonas, Rachel Oeser (1858-1920) is nog geen half jaar als haar vader Filip overlijdt. Zij wordt naaister en blijft als vrijgezelle vrouw, als laatste van de Winsumer familie Oeser in Winsum over. Zij is arm en woont in een gedeelte van de loods van de leerlooierij van Hartog en zijn zoon Nathan Albert de Vries aan de Hoofdstraat-W 44. Rachel helpt de vrouwen van de Joodse Gemeente bij hun maandelijkse rituele wassing maar waar dit plaatsvindt is niet bekend. Met de dood van Rachel Oeser in 1920 eindigt ook de familielijn van de 'Oesers' in Winsum.
x
. links: minko garson
. rechts: jonas oeser
 
minko garson, winsum
jonas oeser, winsum

.
.
> generatie 3 <
.
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.

.

. naar de nieuwstraat

  x
Klaartje Garson (1872-1924) gaat werken als dienstmeisje in Warffum, Amsterdam en Uithuizen. Daar trouwt ze in 1905 met Emanuel Eckstein (1869-1928). Uit dit huwelijk wordt in 1907 dochter Judith Ellina Eckstein geboren. Na de dood van haar moeder vertrekt dochter Judith in 1925 naar Den Haag en trouwt daar met koopman Hartog Behr.

Minko Garson (1874-1923) verlaat zijn geboortedorp in 1893. Hij wordt hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen en trouwt in de zomer van 1904 in Den Helder met de niet-Joodse Johanna H.W. Röllman. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren, Martina, Garson en Maarten.

Hartog Garson
(1877-1937) blijft net als zijn jongere broer Jozef Garson (1880-1942) ongetrouwd en woont met zijn moeder en broer in het ouderlijk huis aan het Kerkpad in Obergum. In 1919 sterft moeder Eelena Garson-van der Reis en enkele jaren later wordt het huis aan het Kerkpad onbewoonbaar verklaard en krijgen de broers de gelegenheid om een nieuwbouw huis met een grote schuur te betrekken in de Nieuwstraat 42 (volgens de oude nummering nr. 5). In de schuur hebben ze hun slagerij, want ook deze generatie Winsumer Garsons verdient haar geld met de slagerij en de handel in vee. Ze kunnen nu naast schapen ook koeien slachten en hoeven minder vaak uit te venten in het dorp. Jozef brengt de bestellingen 's zaterdags op de fiets weg. Vroom is deze generatie Garsons niet, de winkel is op zaterdag open en er wordt ook paardenworst gemaakt.
x
. jozef garson (links) in groninger
. kostuum als ober in hotel til
 

garson hotel til

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
de reis naar hongarije
  x
Het aantal slagers in Winsum is inmiddels zo toegenomen, dat de verkoop soms stagneert. Ook de crisis van de dertiger jaren speelt hierbij een rol en zo zoekt Jozef een bijbaantje als hulpober in Winsum bij de Gouden Karper, Hotel Til (er recht tegenover) en elders o.a. in het familiehotel in Paterswolde. Zijn oudere broer Hartog is meer een binnenvetter, soms melancholiek en zijn gezondheid laat te wensen over. Een zoon van Minko, neef Garson Garson, is bij de Marine en stuurt zijn ooms in Winsum mooie ansichtkaarten uit het Verre Oosten met prachtige postzegels er op. Hartog bewaart de fraaie verzameling in een doos. Het verhaal gaat ook dat de broers een reis maken naar Hongarije om schapen te kopen en daar hevig geschrokken van terugkeren om wat zij aan openlijk antisemitisme op die reis hebben gezien. Hierdoor verliest Hartog zijn levensmoed en maakt in 1937 een eind aan zijn leven. Jozef reageert anders. Hij gaat zich juist meer onder de mensen begeven en met succes ... volgens de vroegere eigenaresse van Hotel Til was Jozef Garson een betrouwbare en gewaardeerde ober die zijn vak verstond.
x
     
    x
Familie V : Jacob Philippus Goldsmith
x
1833-1918
.
. > generatie 1 <
.
. > generatie 2 <
.
.
.
.
> generatie 3 <
 

x
Philip Aron Goldsmith (1738-1843) wordt in Emden in Duitsland geboren. Philip Aron trouwt met Roossien Jacobs van der Broek uit Veendam en hun zoon Jacob Philippus Goldsmith (1802-1843) wordt geboren in Delfzijl. Jacob Philippus trouwt met Frouwke Comprecht van der Zijl uit Appingedam en dit echtpaar vestigt zich in 1833 vanuit Noordbroek met hun drie kinderen, Roosje, Mietje en Philippus, in Winsum-Obergum. Daar worden nog drie kinderen geboren, Comprecht, Frederika en de jongste, Izaäk Goldsmith (1838-1918). Als enige van de zes kinderen blijft Izaäk in Winsum wonen. Net als zijn vader wordt hij borstelmaker en heeft een kleine winkel, waarschijnlijk aan de Westerstraat. Hij trekt er met zijn koopwaar op uit en gaat de boerderijen langs. In Winsum leeft hij voort als de eerste van de drie opeenvolgende rebbes, die lezen uit de Thora en leiding geven aan studie van heilige teksten. Als bestuurder van de Joodse Gemeente wordt hij, in tegenstelling tot de beide andere 'rebbes' Haiman van Berg en Abraham de Vries, niet genoemd. Maar kennelijk spreekt hij tot de verbeelding van de dorpelingen, want ook na de oorlog wordt hij nog genoemd als dansleraar. Een beroep dat zijn broer Comprecht de Vries (1834-1943) volgens de archieven uitoefent. Comprecht vertrekt overigens na de geboorte van zijn zoon Jakob te Winsum in 1866, met zijn jonge gezin nog datzelfde jaar naar Groningen. Of (rebbe) Izaäk Goldsmith inderdaad ook dansles heeft gegeven is niet te verifiëren.

.
.
> generatie 3 <

.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.

. > generatie 4 <
.
.

.

 

 

Izaäks oudste zuster, Roosje Goldsmith (1827-1908) trouwt met bezemmaker/ koopman Heiman Akker (1825-1902) uit Groningen. Zij krijgen in Winsum acht kinderen en vertrekken in 1880 met het hele gezin naar Enkhuizen. Roosje heeft dan meer dan vijftig jaar in Winsum gewoond. Een foto van Roosje in Oudhollandse klederdracht uit circa 1890 wordt gezien als een toonbeeld van 'goede integratie' van Nederlandse Joden en trekt landelijke aandacht. Hun jongste zoon, borstelmaker Samuel Heiman Akker (1872-1957) overleeft de Tweede Wereldoorlog en sterft in Enkhuizen. Ook Samuels twee kinderen, Rosali Akker,

roosje goldsmith

.
.
.
.
.
> generatie 3 <

.
.
.
> generatie 4 <
.

.
.
.
> generatie 5 <

 

(1904-1996) en Samuel Akker (1906-1984)
overleven met hun gezinnen de Tweede Wereldoorlog. Hun moeder, Schoontje Akker-Meijer, sterft in 1942 en wordt op de Joodse begraafplaats in Enkhuizen begraven.

Izaäk Goldsmith krijgt samen met zijn vrouw Saartje Goldsmith-de Vries uit Veendam acht kinderen in Winsum. Eenmaal volwassen, vertrekken ze allemaal naar Groningen of elders. Moeder Saartje sterft in 1909 en als vader Izaäk in 1918 ook overlijdt, woont alleen hun dochter Frederika nog in Winsum. Ook Frederika Goldsmith vertrekt dan naar de stad en daarmee komt een einde aan de familielijn van de Goldsmith's in Winsum. Van de kinderen van Frederika's zusters overleeft een zoon van Jacoba (Velleman-Goldsmith, 1879-1943) de Tweede Wereldoorlog. Het betreft boekbinder/artiest Abraham Velleman die in 1915 te Groningen geboren wordt en te Dordrecht overlijdt in 1962. Ook Frederika's zuster Rozette (van der Reis-Goldsmith, 1871-1934) heeft een verhaal dat verder gaat. Zij trouwt in 1908 met Meijer van der Reis (1870-1943), een weduwnaar met drie kinderen uit zijn eerste huwelijk met Saartje Noort (1872-1907). De kinderen heten Henderina, Israël en Alida en zijn respectievelijk geboren in 1893, 1894 en 1897. Alle drie overleven deze kinderen met hun gezinnen de Tweede Wereldoorlog en hebben vast ook hun tweede moeder, Rozette uit Winsum, in hun herinnering bewaard.
x

     
    § 1. Vooroorlogs Jodendom in Winsum, opkomst, bloei en neergang > klik

§ 2. Vijf families, bestuurders van het eerste uur > klik

§ 3. Vijf families, geestelijk leiderschap


terug naar de homepage > klik
     
   
raadhuis winsum
. . Raadhuis Winsum (1907) .
A.L.v.Wissen, col.gem.Winsum