mmmmmmmmmmmmmmmm mm mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm
   

WINSUM- OBERGUM

    anno 1879
     
     
    Introductie

§ 1. Tijdsbeeld

§ 2. Vooruitgang
> klik

m
     
x winsum-obergum anno 1879

x bouwgeschiedenis

x monument

x bezichtiging en verhuur

x de winsumse sjoel

x synagogen in de regio
 
    Schoolstraat 22, rond 1870 gebouwd als onderwijzerswoning bij de School met den Bijbel.
   

Hoog tijd


  In een brief aan het in 1871 gereorganiseerde Nederlandsch Israelitisch Kerkgenootschap (NIK) schrijven twee Winsumer bestuurders van de Ned.Israëlitische Gemeente Winsum in maart 1876:
(...) Tot nu toe heeft zij zich in het uitoefenen haarer eeredienst moeten behelpen in een dompig gehuurd locaal, veel te klein en geheel ongeschikt voor haar heilige bestemming. Zij mist het bezit van een eigen bad, van een school en wat het ergste is: veel kinderen zijn verstoken van Godsdienstig Onderwijs. Hare leden begrepen terecht dat het hoog tijd werd, dat aan die beklagenwaardige toestand een einde kome. (...)
x
   

INTRODUCTIE

.
.
.
.
kansen
.
.
.
.
.

.
. pretentieuze plannen
.
.
.
.
.
.
.

.
. cholera-epidemie
  De 18e eeuw gaat de geschiedenis in als de 'Eeuw van de Rede' en het daaruit voortvloeiende 'Verlichtings'denken zal uitgroeien tot een van de belangrijke pijlers van de moderne westerse samenleving. Aan het eind van diezelfde 18e eeuw brengt de Franse Revolutie het burgerlijk gelijkheidsbeginsel voort, met ook nieuwe kansen voor succesvolle vestiging van elders in Europa door de pogroms verdreven Joden. Toch blijkt de praktijk van het beginsel van 'liberté-égalité-fraternité' in de daarop volgende 19e eeuw weerbarstig. Met name als het gaat om mensen met afwijkende religieuze achtergrond en taal, zoals de Asjkenazische Joden uit Oost-Europa. Brengt de dynamiek van het 'Fin-de-Siècle', met opkomend socialisme, vrouwenemancipatie en toename van handel en verkeer, deze groep nieuwkomers toch wellicht ook nieuwe perspectieven? Hoe weet de kleine groep Winsumer Joden hierop in te spelen en hun pretentieuze plannen voor nieuwbouw van een synagoge en eigen school voor Joods onderwijs te verwezenlijken? En, hoe zien zij de toekomst voor zich, te midden van de overgrote meerderheid andersdenkenden?

In de periode waarin onze vaderlandse literatuur met de komst van de Tachtigers (1880-1894) breekt met de kleinburgerlijke moraal en kiest voor het individu en het l'art-pour-l'art, is het leven in en om Winsum-Obergum nog gehuld in de idyllische rust van het platteland. En het nieuws? Wel, dat komt daar simpelweg wat later door. In het decennium 1870-1880 herstelt het dorp van de cholera-epidemie die er in 1866 huishield. Die epidemie wordt ook als reden genoemd voor de aanleg van de Joodse begraafplaats aan de Munsterweg in 1867. Over het algemeen spreken 'de verslagen van den toestand der gemeente Winsum' in het laatste kwart van de 19e eeuw van een rustige dorpsgemeenschap, die aan één Rijksveldwachter genoeg heeft. Wel heerst er armoede, vooral onder de landarbeiders die de gevolgen van mislukte oogsten amper kunnen dragen. Dat laatste treft de Joodse bevolking in mindere mate omdat men andere bronnen van inkomen heeft. In paragraaf 1 gaan we daar nader op in en in paragraaf 2 volgt een beschrijving over hoe de Winsums-Joodse bouwplannen zich voegen naar het veranderend overheidsbeleid.
x
   

§1. TIJDSBEELD


. molen 'de ster'
  x
Dagelijks brood

.
Midden 19e eeuw vinden er zo'n 420 Winsumers werk in en om het boerenbedrijf. Daarnaast zijn er circa 85 ambachtslieden actief als timmerman, metselaar, wagenmaker, koper- en blikslager, touwslager, kuiper, zadelmaker, schilder, hoefsmid, schoenmaker, horlogemaker of vleeschhouwer. Ook is er voor zo’n 60 arbeiders fabrieksmatig werk bij de steen- en pannenbakkerij, houtzaag- en oliemolen of koren- en pelmolens, goud- en zilversmederij, scheepswerf, bierbrouwerij, touwslagerij en kalkbranderij. Aan het eind van de eeuw komen er nog een vlasfabriek, een zuivelfabriek en de leerlooierij van de Joodse ondernemer Hartog de Vries bij. Het aantal arbeidsplaatsen in de fabrieksnijverheid ligt dan rond de 85. Buiten beschouwing blijft dan nog werk van kleine zelfstandigen (winkelier, kleermaker, kapper, herbergier) en in kleinhandel (potten, pannen, garen, band, bezems, textiel), drukkerij (Mekel bestaat sinds 1865), vervoer, overheid, onderwijs, postbezorging, ziekenzorg, bankwezen en rechtspraak/notariaat.

     
. panorama vanaf molen
. 'de vriendschap'
 
    . Rechts : de Trekweg naar Onderdendam. Links aan het water : het huis van veldwachter Osinga .
. (sinds 1920 ligt hier de Jeneverbrug). Links boven in beeld : de vlasfabriek met schoorsteen. .
.
.
.
.
.
.
.
ringsynagoge winsum
.
.
.
.
181 joden in 1889
  x
De Joodse inwoners van Winsum zijn eind 19e eeuw vooral actief in de (vee)handel of als slager. Ze gaan als venter langs de deuren of bieden hun waren te koop aan op de markt in Groningen of op vaste marktdagen elders in de provincie. Voor noodsituaties beheert het bestuur van de Joodse Gemeente een eigen armenkas. Die Joodse Gemeente krijgt al in 1816 het groene licht, als de Commissie tot de zaken der Israëlieten aan Winsum de positie van ringsynagoge toekent. Na de afscheiding van Joods ‘Leens-Ulrum’ in 1877 blijft de Joodse Gemeente van Winsum formeel nog het centrum voor Joods leven in de dorpen Adorp, Baflo, Bedum, Eenrum, Warffum en Winsum. Ondanks het vertrek van de Joden uit Leens en Ulrum groeit het aantal leden van de Joodse Gemeente in Winsum nog door tot 181 in het jaar 1889. Daarna neemt het aantal Joden in Noordwest Groningen gestaag af door de trek naar werkgelegenheid in stedelijk gebied.
x
   

Joods bestuur

.
.
.
.
.
.
.
.
165 joden in 1879
.
.
.

.
.
.
.
huissynagoge
.
.
. nieuwbouwplannen
.

.

.
.

.

.
.
.
.

.

.

.

.
.

.

.

 

Vanaf de oprichting in 1816 zijn de families ‘Van Berg’ en ‘De Vries’ (tak-INdV, 'Izaäk Nathans de Vries') terugkerend vertegenwoordigd in het bestuur van de ringsynagoge Winsum. Tot 1834 heeft ook Van Bergs schoonzoon Izaäk Berends de Jonge daarin een functie, eerst als ouderling en later als kerkmeester/penningmeester. Nadien is ook de tweede Winsumer familie ‘De Vries’ (tak-LLdV, 'Levie Lazarus de Vries') een terugkerende bestuurdersnaam (t/m Levie Lazarus' kleinzoon Abraham de Vries, tevens laatste rebbe van Winsum). De volgende reeks jaartallen geven een indruk hoe bestuurders van een Joodse Gemeente in de mediene met zo’n 165 leden tussen de golven door laveren om hun doel te bereiken: een eigen synagoge bouwen als centrum voor Joods leven in Noordwest Groningen.

1834.
Het vertrek van bestuurder Izaäk Berends de Jonge (1784-1859) en de toetreding van Levie Lazarus de Vries (1768-1837) valt samen met de ingebruikname van de huissynagoge aan de Westerstraat 21 rond 1834.

1876 .
Als ruim veertig jaar later de nieuwbouwplannen op tafel komen, bestaat het bestuur uit Hartog de Vries (tak-INdV), Izaäk en zijn neef Haiman van Berg (resp. vicevoorzitter en penningmeester) en Herman Neerduin uit Delfzijl, secretaris (zwager van Hartogs nicht Fronika, die opgroeide op de boerderij van haar vader Comprecht de Vries in Wetsinge).

1878 .
Nog vóór realisatie van de nieuwbouw trouwt Abraham de Vries (kleinzoon van Levie Lazarus) op 3 juni in de oude huissynagoge in de Westerstraat met Naaytje de Vries (kleindochter van Izaäk Nathans).

1878 .
Diezelfde zomer wordt Hartogs zoon Nathan Albert de Vries (de latere Groninger politicus) geboren en zal er voor hem in de oude huisynagoge het dankgebed voor de goede bevalling geklonken hebben.

1879 .
Het jaar 1879 staat te boek als het jaar van oplevering en. inwijding van de nieuwe synagoge aan Schoolstraat 24. .Daarvoor zullen de. wetsrollen .plechtig van de oude huissynagoge naar het nieuwe ‘huis van samenkomst’ zijn overgebracht, waarna een gloedvolle feestrede uitgesproken zal zijn. Het moet een hoogtepunt zijn geweest voor de Joodse gemeenschap van Winsum, bijgewoond door vele genodigden van binnen en buiten de regio (voorbeeld uit 2010: filmfragment inwijding synagoge Deventer).

1879.
Op 26 augustus wordt de eersteling van Abraham en Naaytje de Vries-de Vries geboren en wordt in de nieuwe synagoge het dankgebed gezegd voor de goede bevalling van de nieuwe mannelijk loot aan de stam, genoemd naar zijn grootvader Samuel Levie de Vries, die in 1874 overleed.

1879 .
Op 11 november trouwt Salomon Neerduin (de oudere broer van bestuurder Herman Neerduin) met Fronika de Vries uit Wetsinge (schoonzuster van Abraham de Vries. Het paar vestigt zich daarna in Delfzijl).
x

   
.
  1880.
Een jaar na ingebruikname van de nieuwe synagoge vertrekken Roosje Akker-Goldsmith en haar man, bezemmaker en voorzanger Heiman Akker, met hun zes kinderen naar Enkhuizen. Roosje is geboren in Appingedam, heeft vanaf haar zesde jaar in Winsum-Obergum gewoond en laat zich trots in Gronings kostuum fotograferen. Haar broer, bezemmaker, dansleraar (ook wel rebbe genoemd) Izaäk Goldsmith (1838-1918), blijft met zijn gezin in Winsum wonen.

1881 .
Twee jaar na ingebruikname van de nieuwe synagoge zijn Izaäk van Berg en Herman Neerduin teruggetreden en is Abraham de Vries als penningmeester toegetreden tot het bestuur van de Nederlandsch Israëlitische Gemeente Winsum.
. Roosje Akker-Goldsmith (1827-1908) .
. in Gronings kostuum. .
     
   

Religieus divers

.
.
.
.
.
.

 

.
.
.
.
.
.
.
.
. 50 joden in 1849
 
In 1848 kondigt een nieuwe Nederlandse grondwet striktere scheiding aan tussen kerk en staat, waardoor de bemoeienis van de overheid met religieuze gemeenschappen wordt afgebouwd. Daardoor moet ook het Israëlitisch Kerkgenootschap in ons land verzelfstandigen en vervalt de subsidie voor Joods onderwijs. De nieuwe grondwet leidt tot afkondiging van de Wet op het Lager Onderwijs, die in 1861 in werking treedt. Vanaf die tijd worden de kosten voor andere vormen van onderwijs niet meer door de overheid vergoed. De consequenties hiervan raken niet alleen de Joodse gemeenschap, maar treffen lokaal ook de sinds 1846 in Winsum gevestigde Christelijk Gereformeerde Kerk. Naar voorbeeld van de Ulrumer predikant Hendrik de Cock heeft deze nieuwe kerk zich afgescheiden van de - tijdens de Reformatie gevormde - Ned. Hervormde Kerk. Volgens een gemeentelijke opgave uit 1849 zijn er van de totaal 1950 inwoners 1800 Hervormd, 20 Gereformeerd, 20 Doopsgezind, 60 Rooms-Katholiek en 50 Israëlitisch. Ruim 25 jaar later is vooral de groep Gereformeerden sterk gegroeid. m


. openbare school
  x
Om betere integratie in de Nederlandse samenleving te bevorderen grijpt Joods Nederland de nieuwe wetgeving aan om de Joodse kinderen aan het openbaar onderwijs te laten deelnemen. In Winsum volgden de Joodse kinderen tot die tijd het algemeen vormend onderwijs op de school van de NH-kerk, waar destijds alle kinderen naar toe gingen. Voor hen veranderde er op korte termijn dus niet veel. Net als voorheen volgden zij ook nu hun Joodse lessen buiten de gewone schooltijd om bij een door het bestuur van hun Joodse Gemeente aangestelde Joodse godsdienstonderwijzer. Naast die gewenste betere integratie in de samenleving bleef er natuurlijk ook die eigen 'Joodse identiteit' die verder gevormd en gevoed moest worden. En voor wie heeft leren lezen en schrijven, gaan er nou eenmaal nieuwe deuren open. Al in 1865 start in Amsterdam het Nederlands Israëlitisch Weekblad, kortweg NIW. Tien jaar later kunnen bewuste Nederlandse Joden eigenlijk niet meer zonder dat NIW. De groei van de Joodse pers versterkt de communicatie in Joods Nederland, Joden leven hierdoor meer met elkaar mee en het interne debat neemt toe. Al met al zal dat ook voor de Winsumer Joden een verbetering zijn geweest.
     
    Introductie

§ 1. Tijdsbeeld

§ 2. Vooruitgang
> klik

m
     
     
   
     
   

.
met medewerking van:
.
- dhr.Theo Mol

. bronnen: .
. - Winsum, Gedenkboek 1982
. - Winsum-Obergum in oude ansichten
. - uitgaven St. Een Joodse Erfenis .
. - uitgaven De Vey Mestdagh Stichting.
. - diverse websites, zie menu links
.